Catia Luis Fula
4 min.
Karin en Maarten zijn getrouwd. Maarten heeft tijdens het huwelijk pensioenrechten opgebouwd. Wanneer zij gaan scheiden, besluit Karin afstand te doen van haar aandeel in het pensioen dat door Maarten is opgebouwd. Karin krijgt hiervoor geen compensatie. Is er fiscaal gezien dan sprake van een schenking van haar aan Maarten?
Tot nu toe werd deze vraag in de scheidingspraktijk doorgaans ontkennend beantwoord. De Kennisgroep Successiewet van de Belastingdienst heeft onlangs echter een standpunt uitgebracht dat dit op losse schroeven zet.
De scheidingspraktijk
In de scheidingspraktijk wordt veelal de lijn gehanteerd dat het afzien van pensioenverevening door een echtgenoot geen schenking is. De Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) bepaalt immers dat pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd wordt verevend, tenzij de toepasselijkheid van de WVPS bij huwelijkse voorwaarden of echtscheidingsconvenant wordt uitgesloten. In gevallen zoals dat van Karin en Maarten is het gebruikelijk dat de echtgenoten in een convenant vastleggen dat de WVPS niet van toepassing is, wat betekent dat Karin afstand doet van haar recht op het pensioen van Maarten. Dit gebeurt vaak zonder dat hiervoor compensatie wordt afgesproken.
De Kennisgroep Successiewet
De Kennisgroep Successiewet van de Belastingdienst denkt echter anders over dit vraagstuk. In een recent standpunt heeft de werkgroep de vraag of in een geval zoals dat van Karin en Maarten sprake is van een schenking, bevestigend beantwoord. Volgens de werkgroep is voldaan aan alle vereisten voor een gift in de zin van de Successiewet: verarming, verrijking en bevoordelingsbedoeling.
Karin verarmt doordat zij geen aanspraak meer heeft op het pensioen dat anders aan haar zou toekomen. Maarten wordt verrijkt, omdat hij zijn volledige pensioen behoudt. Van een bevoordelingsbedoeling is volgens de werkgroep sprake, nu Karin bij overeenkomst bewust afziet van haar recht op pensioenverevening.
Volgens dit standpunt maakt het niet uit of echtgenoten in een convenant de werking van de WVPS uitsluiten. Ook in dat geval is sprake van een schenking, mits de echtgenoot die van pensioenverevening afziet daarvoor niet wordt gecompenseerd.
Problemen in de praktijk
Dit standpunt heeft verregaande gevolgen voor de praktijk, als dit in de praktijk echt zo door de Belastingdienst wordt uitgevoerd en gehandhaafd. Als Karin en Maarten er al voor zouden kiezen om Karin te compenseren, rijst direct de vraag welke waarde moet worden toegekend aan het prijsgegeven vereveningsrecht. Pensioenrechten komen vaak pas na vele jaren tot uitkering en de waarde daarvan is afhankelijk van onzekere factoren, zoals rente, indexatie en levensverwachting. En wat gebeurt er als Maarten voor zijn pensioenleeftijd komt te overlijden en zijn pensioen nooit aan Karin wordt uitgekeerd? Hoe zit het dan met de schenkingsaanslag of compensatie die dan al door Maarten is betaald?
Daarnaast roept dit standpunt vragen op voor echtgenoten die in het verleden een echtscheidingsconvenant hebben gesloten, waarin pensioenverevening werd uitgesloten. Kunnen zij plotseling een schenkingsaanslag verwachten?
Wat betekent dit?
Het standpunt van de Kennisgroep Successiewet roept serieuze vragen en zorgen op voor de echtscheidingspraktijk. De uitvoerbaarheid ervan is problematisch, nu de waarde van een pensioenaanspraak lastig vast te stellen is. Daarnaast bestaat het risico op onbeoogde fiscale gevolgen voor ex-partners die in het verleden pensioenverevening hebben uitgesloten in een convenant. Dit kan leiden tot nieuwe discussies en zelfs tot hernieuwde geschillen tussen (ex-)echtgenoten.
Professionals die betrokken zijn bij de financiële afwikkeling van echtscheidingen moeten zich nu beraden over de gevolgen van dit standpunt. Zij zullen rekening moeten houden met de mogelijkheid van een schenkingsaanslag, zowel voor nieuwe echtscheidingsconvenanten als voor bestaande regelingen en hun cliënten bewust moeten maken van deze mogelijke fiscale gevolgen. Dat is een lastige taak, omdat er nog veel onduidelijkheid is voor de praktijk.