Natasja Barské-Gelling

5 min.

Hoe bereken je het inkomen van een directeur-grootaandeelhouder (alimentatieplichtige) in het kader van de vaststelling van kinder- en/of partneralimentatie?

Inkomen DGA, waardering aandelen

Als directeur-grootaandeelhouder (DGA) staat het je - binnen een bepaalde bandbreedte - vrij om je eigen salaris te bepalen. Weliswaar stelt de belastingdienst regels voor de hoogte van dit inkomen, maar dan nog komt het regelmatig voor dat de DGA zich een fors lager salaris uitkeert dan de resultaten toelaten.

 Om die reden is bij het bepalen van de draagkracht van de DGA het uitgangspunt dat niet alleen acht dient te worden geslagen op de inkomsten die hij (of zij) zich feitelijk verwerft, maar ook op de inkomsten die hij zich in redelijkheid kan verwerven. 

 Als diezelfde DGA in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd, dan betekent dit dat ook de waarde van de aandelen in de B.V. moeten worden verdeeld. In dat geval komt hier nog een tweede discussie bij. Afhankelijk van de waarderingsmethode die wordt gekozen kan het zo zijn dat bij de waardering van de aandelen rekening gehouden wordt met toekomstige winst-/dividenduitkeringen uit de vennootschap. Dit is bijvoorbeeld zo als de waardering van de aandelen heeft plaatsgevonden volgens de Discounted Cash Flow (DCF) methode. Bij deze methode wordt gekeken naar hetgeen in de toekomst met de onderneming kan worden verdiend. 

Dubbeltelling?

Vele deskundigen hebben er al op gewezen dat je moet opletten voor een dubbeltelling: deze kan zich voordoen als de toekomstige winsten van de onderneming zowel worden afgerekend in het kader van de waardering en verdeling van de aandelen als meegenomen in de berekening van de draagkracht van de DGA. Om die reden wordt vaak gedacht dat als met deze toekomstige winstcapaciteit rekening is gehouden bij de waardering van de aandelen in de B.V., met deze toekomstige winstcapaciteit geen rekening meer moet worden gehouden bij de berekening van de alimentatie.

De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht benoemde dit nog eens expliciet in een uitspraak van 7 juli 2026, waarin het volgende wordt opgemerkt (overweging 3.31):

“Ter voorkoming van dubbeltellingen moet er dus altijd een afstemming plaats te vinden tussen het bedrag dat in de draagkracht wordt betrokken en het bedrag waar in de waardering rekening mee wordt gehouden. De beslissingen over de verdeling/verrekening en de alimentatie zijn dus communicerende vaten.”

Hoge Raad 12 september 2025

Hoewel daar veel voor te zeggen valt, hoeft dit zeker niet altijd het geval te zijn. De Hoge Raad heeft hierover in een beschikking van 12 september 2025 het volgende opgemerkt (overweging 3.2.2 en 3.2.3):

“De man heeft, door toedeling van alle aandelen aan hem, de aan die aandelen toe te rekenen toekomstige winstcapaciteit verworven. De omstandigheid dat het door de man aan de vrouw betaalde bedrag in het kader van de toedeling is bepaald aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen die aan de helft van de aandelen kan worden toegerekend, is geen reden om bij de vaststelling van de draagkracht van de man de winstcapaciteit die aan de helft van de aandelen kan worden toegerekend buiten beschouwing te laten.

3.2.3

“In een geval als het onderhavige geldt geen rechtsregel die inhoudt dat het bedrag van de inkomsten die de alimentatieplichtige zich in redelijkheid uit de onderneming kan verwerven, gelijk moet zijn aan de ondernemersbeloning die bij de waardering van de toegedeelde aandelen is gehanteerd. Ter beantwoording van de vraag wat ‘zich in redelijkheid kan verwerven’ in het concrete geval betekent, kan de rechter wel acht slaan op de omstandigheid dat de uitkomst van de waardering van de aandelen mede is bepaald door de ondernemersbeloning die daarbij is gehanteerd en dat door het hanteren van een ander bedrag voor het vaststellen van de draagkracht van de alimentatieplichtige een onevenwichtigheid kan ontstaan tussen de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de waardering van de aandelen enerzijds en het vaststellen van de draagkracht anderzijds. In hoeverre dit gezichtspunt gewicht in de schaal legt, is in de eerste plaats afhankelijk van hetgeen partijen dienaangaande bij de afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap voor ogen heeft gestaan. Van belang kan verder onder meer zijn de mate waarin het inkomen dat de alimentatieplichtige zich uit de onderneming kan verwerven, afwijkt van de ondernemersbeloning die is gehanteerd bij de waardering, de gevolgen die hantering van dat inkomen zou hebben gehad indien het zou zijn gehanteerd bij de waardering van de aandelen en het tijdsverloop tussen de waardering en het bepalen van de draagkracht en eventuele wijzigingen in de onderneming die zich gedurende dat tijdsverloop hebben voorgedaan.”

Kort samengevat: er doet zich niet altijd een ontoelaatbare dubbeltelling voor. Er mag wel degelijk rekening worden gehouden met een hogere ondernemersbeloning dan die welke ten grondslag lag aan de waardering. Dit moet alleen wel goed gemotiveerd worden. In deze procedure had het hof reden gezien om toch reden te houden met een extra dividenduitkering. Hoewel de motivering niet helemaal duidelijk was, kwam dit waarschijnlijk omdat de onderneming nog meer winst en de verhuurinkomsten genoot, die niet in acht zijn genomen bij de waardering van de onderneming.

Rechtbank Midden-Nederland 7 juli 2026

Opvallend aan de hiervoor genoemde uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 7 juli 2026 was overigens dat de rechtbank ondanks het genoemde risico van dubbeltelling toch een voorlopige alimentatie bepaalde, waarin rekening gehouden wordt met dividend als inkomen. Als reden geeft de rechtbank aan dat er nu nog niet verdeeld is. De rechtbank merkt daarbij op dat uiteindelijk gekeken moet worden hoe dit verdisconteerd moet worden en hoe dubbeltellingen kunnen worden voorkomen. Dit zal echter wel ingewikkeld worden, nu hier in de alimentatieberekening al rekening mee is gehouden. Hoe moet dit dan precies verdisconteerd worden? In de waardering? Of moet de alimentatiegerechtigde uiteindelijk een deel van de alimentatie terug betalen?

Tot slot

Kortom: dit blijft een ingewikkelde materie waar het laatste woord zeker nog niet over gezegd is.


Rechtbank Midden-Nederland, 7 juli 2026: ECLI:NL:RBMNE:2026:5125
Hoge Raad, 12 september 2026: ECLI:NL:HR:2025:1268

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises bij deze publicatie