Cobie Voorberg
In een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 13 november 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:13438) kwam de vraag aan de orde of er sprake was geweest van dwaling bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden. In deze zaak stelde de vrouw dat zij bij de opstelling van de huwelijkse voorwaarden werd misleid, en dat er sprake was van dwaling. De rechtbank oordeelde dat de notaris niet voldoende had voldaan aan zijn vergewisplicht, wat leidde tot de vernietiging van de huwelijkse voorwaarden.
In deze ga ik in op de belangrijkste overwegingen in deze uitspraak. Ook kijk ik naar de betekenis voor de praktijk.
Waar gaat de zaak over?
Partijen zijn in 2012 getrouwd in algehele gemeenschap van goederen. In 2017 zijn zij huwelijkse voorwaarden overeengekomen, waarin uitsluiting van elke gemeenschap van goederen werd afgesproken. Verder is een beding inzake vergoedingsrechten, kosten van de huishouding en een pensioenafspraak opgenomen. Bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden is ook een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin afspraken werden vastgelegd over de afwikkeling van het gezamenlijk vermogen. Hierin werd benoemd dat partijen huwelijkse voorwaarden aangingen vanwege het starten van een onderneming door de man en de bijbehorende financiële risico’s.
Partijen zijn nu verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. De vrouw beroept zich in deze procedure op nietigverklaring van bepalingen in de huwelijkse voorwaarden en de vaststellingsovereenkomst. Zij stelt dat er sprake was van ‘oneigenlijke dwaling’. Dat wil zeggen dat haar wil en haar verklaring ten aanzien van de stukken niet met elkaar in overeenstemming waren. Zij wist niet waar zij voor tekende, en als zij dat wel had geweten, had ze niet getekend. De vrouw stelt dat er geen sprake is van wilsovereenstemming. De rechtbank moet oordelen over de vraag of wel of geen sprake is van wilsovereenstemming. Hierover overweegt de rechtbank het volgende:
3.4.14.
Op de totstandkoming van de overeenkomst van huwelijkse voorwaarden is artikel 3:33 BW van toepassing. Dit betekent dat wanneer de in de notariële akte van huwelijkse voorwaarden neergelegde verklaring van een partij niet op een dienovereenkomstige wil berustte, de huwelijkse voorwaarden in beginsel niet tot stand zijn gekomen. Op het ontbreken van de wil kan evenwel geen beroep worden gedaan tegen de wederpartij die erop mocht vertrouwen dat de verklaring van de ander in de akte van huwelijkse voorwaarden overeenstemde met de wil van de ander (artikel 3:35 BW). Het enkele feit dat de wijze waarop een partij heeft meegewerkt aan de door de notaris gevolgde werkwijze bij de totstandkoming van de akte is niet voldoende om bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen te doen ontstaan dat de wil van de ander gericht was op de rechtsgevolgen van de akte van huwelijkse voorwaarden.
De vrouw wijst op de vergewisplicht van de notaris en wijst daarbij ook op de recente uitspraak van de Hoge Raad van 2 februari 2024 (ECLI:NL:HR:2024:165) waarin deze waarschuwingsplicht (Belehrungspflicht) wordt toegelicht. De vergewisplicht houdt in dat de notaris ervoor moet zorgen dat de partijen bij een notariële akte voldoende geïnformeerd zijn en dat ze begrijpen wat de juridische gevolgen zijn van hun handtekening. Onderdeel van deze plicht is ook dat de notaris partijen moet wijzen op de gevolgen die voor partijen of één van hen uit de akte voortvloeien. Hoe nadeliger de gevolgen voor een partijen, des te nadrukkelijker geldt deze waarschuwingsplicht of vergewisplicht.
De rechtbank constateert vervolgens dat de huwelijkse voorwaarden nadelig zijn voor de vrouw. De huwelijkse voorwaarden zijn immers veel ruimer geformuleerd dan het beoogde doel. Er is sprake van koude uitsluiting en geen pensioenverevening. De notaris had de vrouw nadrukkelijk op deze gevolgen moeten wijzen. De rechtbank komt tot de conclusie dat de notaris er niet voor heeft gezorgd dat partijen de verstrekkende gevolgen van hun huwelijkse voorwaarden begrepen. Daarmee heeft de notaris niet voldaan aan zijn vergewisplicht.
Uit verschillende omstandigheden volgt vervolgens het oordeel van de rechtbank dat de man er niet op had mogen vertrouwen dat de wil en verklaring van de vrouw met elkaar overeenstemden. Zo onderhield de man de contacten met de notaris, en beheerste de vrouw de Nederlandse taal niet voldoende om de complexe inhoud van de akte te kunnen begrijpen.
De rechtbank komt tot het oordeel dat verschillende bepalingen uit de huwelijkse voorwaarden nietig worden verklaard. Dit heeft uiteindelijk tot gevolg dat partijen moeten overgaan tot verdeling van de gemeenschap van goederen. Deze uitspraak maakt een groot verschil: van koude uitsluiting naar verdeling van een algehele gemeenschap.
Wat kunnen we leren van deze uitspraak?
In mijn echtscheidingspraktijk komt het met enige regelmaat voor dat partijen aangeven dat ze geen idee hebben wat de inhoud van de huwelijkse voorwaarden is. Dit kan veel onzekerheid geven in een echtscheidingstraject. Ik informeer en adviseer cliënten over de inhoud en betekenis van de huwelijkse voorwaarden. Daarbij komt regelmatig een situatie voorbij waarbij wil en verklaring niet met elkaar in overeenstemming zijn. Het is lang niet altijd haalbaar om een geslaagd beroep op nietigheid van bepalingen in de huwelijkse voorwaarden.
Deze uitspraak bevestigt dat er concrete mogelijkheden zijn om de inhoud van de huwelijkse voorwaarden aan te vechten. Dit heeft alleen kans van slagen als er duidelijke omstandigheden zijn, waaruit af te leiden is dat er sprake is geweest van dwaling bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden. De vraag of de notaris heeft voldaan aan zijn of haar vergewisplicht, en partijen hebben begrepen wat zij zijn overeengekomen, speelt hierbij ook een grote rol.
Tot slot
Heeft u een vraag over huwelijkse voorwaarden, dwaling of de rol van de notaris? Neem gerust contact met ons op voor meer informatie of een persoonlijk adviesgesprek.