Juliët Treure
5 min.
In het voorjaar van 2023 koopt meneer een winkel. In de zomer besluiten hij en zijn toenmalige echtgenote te scheiden. In augustus 2023 wordt het verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. Een paar maanden later, het is inmiddels november, doet hij de winkel weer van de hand. Hij overlegt hierover niet met mevrouw. Heeft zij recht op (een gedeelte van) van de verkoopopbrengst? Opmerkelijk detail: er is geen administratie van de eenmanszaak bijgehouden.
De zaak
Over een soortgelijke situatie deed het hof Den Haag recent uitspraak. Partijen waren gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen. Dat betekent dat de huwelijksgemeenschap bestaat uit alle goederen die voor de huwelijksdatum van de echtgenoten gezamenlijk waren en alle goederen die tijdens het huwelijk door ieder van hen afzonderlijk of door hen samen zijn verkregen.
Standpunt van mevrouw
Mevrouw verzoekt om de gehele verkoopopbrengst van de winkel. Zij stelt dat meneer de winkel zonder haar toestemming heeft verkocht én dat hij niet eerlijk is over de verkoopprijs. Hoewel de winkel volgens de koopovereenkomst is verkocht voor €15.000, verzoekt zij om €78.000. Een verkoopprijs van €15.000 vindt zij niet geloofwaardig. Meneer kocht de winkel enkele maanden eerder namelijk door middel van een geldlening bij haar familie, voor een bedrag van €75.000. Bovendien verklaarden de kopers van de winkel dat zij een bedrag van €78.000 hebben voldaan. Wekelijks zou met de winkel een omzet worden gegenereerd van minimaal €20.000. Tot slot stond de winkel inmiddels weer te koop op Marktplaats, en wel voor een bedrag van €102.000.
Mevrouw maakt aanspraak op de gehele verkoopopbrengst, omdat sprake zou zijn van ‘verzwijgen van een goed’ door meneer in de zin van artikel 3:194 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Hij had haar niet geïnformeerd over de verkoop.
Standpunt van meneer
Meneer is het hier niet mee eens. Hij zegt dat hij de winkel, zonder geldlening bij zijn (ex-)schoonfamilie, heeft gekocht voor €29.000. Ook houdt hij vast aan de verkoopprijs van €15.000. Eigenlijk vertegenwoordigde de winkel volgens hem zelfs helemaal geen waarde. Per 31 december 2023 was er een negatief eigen vermogen van €17.595. Met de verkoopopbrengst heeft hij zoveel mogelijk schulden van de winkel voldaan, stelt hij. Er is nog een schuld van een kleine €20.000 aan energiekosten, waarvoor beide partijen volgens hem gelijk draagplichtig zijn. Hij stelt dat mevrouw de helft van dit bedrag moet voldoen aan hem, dan wel aan de energiemaatschappij.
Dat hij mevrouw niet heeft betrokken bij de verkoop van de winkel, betekent volgens hem niet dat hij ‘een goed heeft verzwegen’. De vrouw was namelijk nooit betrokken bij de winkel.
Wat zegt het hof?
Het hof overweegt allereerst dat een eenmanszaak geen goed is dat als zodanig in de gemeenschap valt, en als zodanig dus niet kan worden verdeeld. Het ondernemingsvermogen bestaat uit de activa en passiva van de eenmanszaak. Die behoren tot de gemeenschap, als die vanaf de aanvang van de gemeenschap zijn verkregen/ontstaan. De activa die op de peildatum aanwezig zijn, moeten worden verdeeld. Voor de schulden die op de peildatum aanwezig zijn, zijn partijen in beginsel ieder voor de helft draagplichtig.
In deze zaak was de huwelijksgemeenschap al ontbonden op het moment van verkoop van de winkel. Daarom had de man op grond van de wet toestemming van de vrouw nodig om de activa van de winkel te verkopen. Hij heeft haar niet om toestemming gevraagd. Dat is in strijd met de wet, aldus het hof.
Geen administratie, geen communicatie
Het hof verbindt hieraan echter geen gevolgen. Er was namelijk geen administratie bijgehouden van de eenmanszaak. Het hof kan dus niet vaststellen wat op de peildatum (23 augustus 2023) de activa en passiva van de eenmanszaak waren en welke daarvan tot de gemeenschap behoorden. Het hof beschikt uitsluitend over een jaarrekening 2023, waaruit de financiële situatie van de eenmanszaak per 31 december 2023 volgt. Het ondernemingsvermogen van de eenmanszaak op de peildatum is het hof niet bekend. Het hof kan dan ook niet concluderen dat dat vermogen conform de stelling van de vrouw €78.000 bedroeg, of conform de stelling van de man negatief was.
Verder oordeelt het hof dat geen sprake is van het ‘verzwijgen van een goed’ door de man. Beide partijen wisten dat er een eenmanszaak was. Wat partijen verdeeld houdt, is de hoogte van de aankoopprijs en de verkoopprijs van de eenmanszaak. Het is de verantwoordelijkheid van beide echtgenoten om een goede administratie bij te houden van belangrijke vermogensrechtelijke transacties. Het is ook de verantwoordelijkheid van beide echtgenoten om goed met elkaar te communiceren met betrekking tot belangrijke vermogensrechtelijke aspecten. Als partijen dit niet doen, komt dit voor hun rekening en risico.
Schuld
En de schuld? Het hof kan niet vaststellen of die betrekking heeft op de periode voor de peildatum. Daardoor kan het hof ook niet vaststellen of en in hoeverre de vrouw draagplichtig is voor die schuld.
Kortom
Kortom: het bijhouden van een goede administratie is van groot belang. Wie dit niet doet, draagt daarvan zelf de risico’s.
Gerechtshof Den Haag 4 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:486.