Juliët Treure

Het uitgangspunt binnen het familierecht is dat gezamenlijk gezag van ouders, ook na een verbroken relatie, in het belang is van het kind. Dit uitgangspunt komt onder druk te staan wanneer de verhouding tussen ouders niet gelijkwaardig is, bijvoorbeeld als er sprake is (geweest) van huiselijk geweld. De vraag is dan: zijn ouders ondanks die scheve verhouding in staat om gezamenlijk gezag uit te oefenen, of werkt dat juist averechts? Een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland biedt een interessant inkijkje.

Gezamenlijk gezag

Het is goed om eerst kort stil te staan bij wat gezag juridisch betekent. Gezag ziet op het nemen van belangrijke beslissingen over een kind, zoals medische keuzes, schoolkeuze en de woonplaats. Oefent één van de ouders het gezag alleen uit en wil de andere ouder dit gezamenlijk uitoefenen, dan kan hij of zij de rechter verzoeken om gezamenlijk gezag toe te kennen. De wet hanteert daarbij als uitgangspunt dat dit verzoek wordt toegewezen, tenzij er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders of als afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

Uit de rechtspraak blijkt dat deze drempel hoog ligt: een verzoek tot gezamenlijk gezag wordt niet snel afgewezen. Zo zijn gebrekkige communicatie of een voorgeschiedenis van huiselijk geweld op zichzelf meestal onvoldoende om gezamenlijk gezag te weigeren of te beëindigen.

Een scheve relatie na geweld

Een situatie waarin een verzoek tot gezamenlijk gezag kan worden afgewezen, is wanneer dat gezag niet leidt tot meer gelijkwaardigheid tussen ouders, maar juist de bestaande scheefheid versterkt. Dit uiteindelijk ten koste van het kind.

Een voorbeeld daarvan zien we in een recente zaak van de rechtbank Midden-Nederland. De zaak in kwestie ging om een kind van vier jaar. Tijdens de relatie was sprake geweest van huiselijk geweld door vader jegens moeder. Moeder en kind hebben tijdelijk in een opvang verbleven en er gold een contactverbod tegen vader. Ouders hadden nooit samen invulling gegeven aan het ouderschap. Vader diende een verzoek tot gezamenlijk gezag in. Op het moment van de procedure was de situatie ogenschijnlijk rustiger: er was geen contactverbod meer en er was een ruime omgangsregeling, waarbij het kind meerdere dagen per week bij vader verbleef.

Toch wees de rechtbank het verzoek tot gezamenlijk gezag af.

Waarom geen gezamenlijk gezag?

De kern van de afwijzende beslissing ligt hier in de ongelijkwaardige verhouding tussen de ouders. Volgens de rechtbank was die ongelijkheid nog steeds aanwezig en werkte die door in de onderlinge communicatie. Vader stelde zich richting moeder regelmatig dominant op: hij was directief en veeleisend en deelde zelf belangrijke informatie niet, zoals zijn woonadres. Moeder voelde zich daardoor ondergesneeuwd en niet vrij om tegen hem in te gaan. De betrokken jeugdbeschermer bevestigde dit beeld.

Vader stelde dat gezamenlijk gezag juist zou leiden tot meer gelijkwaardigheid en betere communicatie. De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechtbank was onvoldoende aannemelijk dat het toekennen van gezag deze dynamiek zou verbeteren. Integendeel: de verwachting was dat de bestaande ongelijkheid zich zou voortzetten in de besluitvorming, waarbij vader zou domineren. Daarmee bestaat het risico dat beslissingen niet in gezamenlijkheid tot stand komen en het kind klem raakt tussen ouders. Dat maakt dat de rechtbank in dit geval gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind acht.

De grenzen van gezamenlijk gezag

Gezamenlijk gezag kan in veel gevallen bijdragen aan gelijkwaardiger ouderschap, wat in het belang is van het kind. Het blijft daarom het uitgangspunt dat ouders na een scheiding gezamenlijk het gezag uitoefenen. De lat om daarvan af te wijken ligt hoog.  Een voorgeschiedenis van huiselijk geweld betekent niet automatisch dat gezamenlijk gezag niet mogelijk is. Er moet per geval gekeken worden of deze specifieke ouders in staat zijn om gezamenlijk effectief het gezag uit te oefenen.

Deze uitspraak laat zien dat gezamenlijk gezag kan worden afgewezen wanneer de omstandigheden erop wijzen dat de bestaande ongelijkheid juist verder zou vergroten. Wat mij betreft is dat terecht: als gezamenlijk gezag er in de praktijk toe leidt dat één ouder de regie naar zich toetrekt en de ander verder naar de achtergrond verdwijnt, schiet het zijn doel voorbij en komt het belang van het kind in het gedrang.

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises bij deze publicatie