Natasja Barské-Gelling

3 min.

Ook na een scheiding blijft het uitgangspunt dat beide ouders gezag over de minderjarige kinderen houden. Zij maken afspraken over onder meer waar de kinderen hun hoofdverblijf hebben en hoe zij de zorgtaken verdelen. Soms lukt dit echter niet en ontaardt alles in een strijd.

Als het echt niet meer gaat, dan kan de rechter gevraagd worden om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De rechter is hier echter zeer terughoudend in. De rechter moet beoordelen of er sprake is van ‘een onaanvaardbaar risico waarbij het kind klem of verloren zou raken tussen beide ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt’. Ook toetst de rechter of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. In uitzonderlijke situaties komt de rechter tot dit oordeel en wordt het gezamenlijke gezag beëindigd.

Ook in dat geval houdt de ouder zonder gezag nog wel rechten. Zo kan nog steeds om omgang met de minderjarigen worden verzocht, waarbij de rechter dan moet beoordelen welke regeling in het beste belang van de kinderen is.

Recht op informatie?

Verder is de ouder die met het gezag is belast, gehouden de niet met het gezag belaste ouder op de hoogte te stellen over ‘gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind en deze te raadplegen - zo nodig door tussenkomst van derden - over daarover te nemen beslissingen’.

Maar wat nou als het kind dat echt niet wil? Wat als een kind er grote moeite mee heeft dat informatie over hem of haar met de andere ouder wordt gedeeld? Over die vraag moest het Hof Arnhem-Leeuwarden zich recent buigen. De betreffende kinderen zijn respectievelijk 14 en 16 jaar oud en wonen bij hun vader. Beiden hebben verteld dat zij pertinent niet willen dat er informatie over hen met hun moeder wordt gedeeld. Zij zeggen dat zij zich sinds de beëindiging van de informatieregeling veel vrijer voelen, ook in het contact met hun vader. De kinderen gaven onder meer aan dat zij in het verleden veel geslotener waren en dat zij niet wilden dat de vader foto’s van ze nam, omdat ze bang waren dat informatie en foto’s door de vader met de moeder werden gedeeld. Onder deze omstandigheden – waarbij ook vast stond dat de kinderen in het verleden trauma’s hebben opgelopen die zij nog moeten verwerken – acht het hof het voor het welzijn van de kinderen noodzakelijk dat er geen informatieregeling is.

Een informatieregeling is dus geen absoluut recht. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat dit een uitzonderlijke situatie betrof. Het uitgangspunt blijft wel dat er informatie moet worden verstrekt.

Hoe ver gaat de informatieplicht van een school?

Een volgende vraag is: hoe ver moet die informatieplicht dan gaan? Hier moest het Hof Amsterdam zich recent over buigen.

Op grond van artikel 1:377c BW heeft een niet gezaghebbende ouder het recht om door de school geïnformeerd te worden over de minderjarige kinderen.

In een zaak waarin het hof Amsterdam recent uitspraak heeft gedaan wilde moeder, naast de cijfers en de rapporten van de minderjarige, ook informatie ontvangen over de afwezigheid van het kind, het vergeten van de noodzakelijke bescheiden (waaronder huiswerk, boeken en dergelijke), gespreksverslagen van oudergesprekken en informatie over de sociale contacten van het kind.

De vraag is dus of de school verplicht is om ook al deze informatie aan de niet-gezaghebbende ouder te verstrekken. Het hof komt in deze zaak tot het oordeel dat dit niet het geval is.

Allereerst geldt dat de niet-gezaghebbende ouder niet het recht heeft om alle informatie te ontvangen die de gezaghebbende ouder ook ontvangt. Sommige informatie is alleen van belang voor de gezaghebbende ouder. Het hof is verder van oordeel dat het belang van de minderjarige, gelet op haar geestelijk welzijn, zich verzet tegen het verschaffen van de verzochte informatie.

Het hof geeft aan dat gelet op de verstoorde verhouding tussen de ouders en het wederzijdse wantrouwen, de verwachting bestaat dat het verschaffen van de door de moeder verzochte informatie zal leiden tot bemoeienis die niet passend is bij haar rol en tot conflicten kan leiden. Hierdoor bestaat het risico dat het kind opnieuw klem en verloren zal raken tussen de ouders, ondanks dat het gezag van de moeder al is beëindigd. Om die reden is het hof van oordeel dat de school niet verplicht is om de moeder van de extra verzochte informatie te voorzien.

Belang van het kind voorop

De conclusie is dus dat een niet-gezaghebbende ouder rechten heeft, waaronder het recht op informatie, maar dat altijd getoetst moet worden in hoeverre dit in het belang is van de kinderen. Het belang van de kinderen staat dus te allen tijde voorop!

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises bij deze publicatie