Catia Luis Fula

3 min.

In mijn praktijk zie ik dat ouders van baby’s en dreumesen vaak voorzichtig zijn als het gaat om het maken van afspraken over de zorgverdeling. Bij ouders leeft vaak het idee dat jonge kinderen na een scheiding vooral bij één ouder moeten zijn, waarbij het contact met de andere ouder beperkt blijft en overnachtingen nog worden vermeden. Maar sluit dat nog aan bij hoe de rechtspraak hier tegenwoordig naar kijkt? De richtlijn Scheiding, die binnen de rechtspraak wordt gehanteerd, laat een duidelijke ontwikkeling zien.

Van terughoudendheid naar het beschermen van twee hechtingsrelaties

Tot voor kort lag de nadruk binnen de rechtspraak sterk op het beschermen van de band tussen het jonge kind en de primaire verzorger, vaak de moeder. De aanname was dat langdurige scheiding van de moeder nadelig kon zijn voor de hechting en daarmee voor de ontwikkeling van het kind. Hierdoor gold er voor vaders vaak een zorgregeling waarbij zij hun jonge kind regelmatig, maar kort zagen. Volgens de richtlijn die rechters destijds hanteerden, zouden overnachtingen pas vanaf vijf jarige leeftijd aan de orde zijn.

Tegenwoordig weten we dat zelfs zeer jonge kinderen – ook onder de één jaar – in staat zijn om met beide ouders een hechtingsrelatie op te bouwen, ook als zij in twee huishoudens opgroeien. Juist het frequent en langduriger contact hebben met beide ouders op jonge leeftijd draagt bij aan de ontwikkeling van die relaties. Kinderen die een goede hechtingsrelatie met beide ouders hebben, blijken op latere leeftijd meer tevreden met hun leven en beter te functioneren op verschillende leefgebieden[1].

Wat betekent dit voor de zorgregeling?

Deze nieuwe inzichten hebben hun weg gevonden naar de rechtspraak. Steeds vaker zie je dat er voor zeer jonge kinderen ruime zorgregelingen worden vastgesteld. Een min of meer gelijkwaardige verdeling van de zorg bij een baby is ook niet langer ondenkbaar. In de richtlijn Scheiding wordt inmiddels als indicatie genoemd dat kinderen in de eerste levensjaren minimaal twee dagen per week bij iedere ouder zijn. Het idee dat een jonge leeftijd op zichzelf een belemmering vormt voor een ruime zorgregeling, lijkt daarmee verlaten.

Voorwaarden voor een meer uitgebreide zorgregeling        

Dit betekent niet dat een ruime regeling in alle gevallen passend is. De omstandigheden van het geval moeten het wel toelaten. Van belang is onder meer dat:

  • het kind zich veilig voelt bij beide ouders en bij hen troost kan vinden;

  • beide ouders beschikken over voldoende opvoedvaardigheden en oog hebben voor de gezondheid, ontwikkeling en het gedrag van het kind;

  • ouders in staat zijn tot een werkbare vorm van samenwerking, waarin communicatie mogelijk is, conflicten worden opgelost en de relatie tussen het kind en de andere ouder wordt geaccepteerd.

  • Er voldoende afstemming is over dagelijkse zorg, de opvoeding en vaste gewoontes.

Ontbreken deze voorwaarden, dan kan een intensieve regeling juist onrust en stress veroorzaken bij een jong kind. Rechters toetsen daarom of aan deze voorwaarden is voldaan en maken vervolgens een afweging in het belang van het kind.

Altijd maatwerk: omstandigheden wegen zwaarder dan leeftijd

Bij het invullen van zorgregelingen is de focus in de rechtspraak nog altijd het belang van het kind. Wat wel duidelijk verandert, is het vertrekpunt: waar voorheen de leeftijd van het kind richtinggevend was, ligt de nadruk nu veel meer op de omstandigheden waarin het kind opgroeit en de mogelijkheden van de ouders. Wat mij betreft is dat een goede ontwikkeling; niet de kalenderleeftijd van een kind, maar de mogelijkheden van de ouders en de samenwerking tussen ouders zou doorslaggevend moeten zijn voor de vraag hoeveel ruimte er is om een kind bij beide ouders op te laten groeien.

[1] Singendonk, K., & Meesters, G. (2018). Kind en echtscheiding. Een ontwikkelingspsychologisch perspectief. Pearson Education Benelux BV.

Deel dit artikel

Neem contact op met onze specialisten voor meer informatie

Expertises bij deze publicatie